LetselCash in de media en daarbuiten

Actueel in de media

No cure no pay bij erkende aansprakelijkheid

In het programma Tros Radar is recent door enkele personen beweerd dat het onjuist zou zijn om letselschade te laten verhalen op basis van no cure no pay afspraken tussen het slachtoffer en een procesfinancierings-maatschappij.

Deze bewering werden gedaan door twee mensen die er commercieel belang bij hebben om no cure no pay voor slachtoffers in een kwaad daglicht te stellen. Het ging om een hoogleraar aan de Vrije Universiteit (Prof. A. Akkerman) die suggereert dat hij een onafhankelijk oordeel geeft, maar ondertussen op de loonlijst staat bij een advocatenkantoor dat voor verzekeraars werkt (Kennedy van der Laan te Amsterdam). Zijn uitspraken werden onderschreven door een medewerker van een slachtoffer-organisatie (slachtofferhulp Nederland). Ook deze organisatie is niet onafhankelijk, maar zij is nauw verbonden met een advocatenkantoor dat zelf graag op no cure no pay basis zou werken maar dat van de Orde van Advocaten niet mag (Beer advocaten te Amsterdam). Kortom, beide heren hebben commerciële en/of politieke belangen bij hun uitspraken.

Beide heren beweren dat de aansprakelijke verzekeraar altijd alle kosten betaalt die het slachtoffer moet maken voor advocaten, artsen, proces-kosten, onderzoekskosten, et cetera zodra de aansprakelijkheid in een zaak is erkend. Zij stellen: dat staat in de wet, dus dat doen verzekeraars dan ook.

Beide heren behandelen zelf geen letselschadezaken, dus wat zij beweren hebben anderen hen ingefluisterd.

Iedereen die wel ervaring heeft met het behandelen van letselschadezaken weet echter dat deze uitspraken niet waar zijn. In zaken waarin de aansprakelijkheid niet is erkend hoeven verzekeraars sowieso niets te betalen. Maar ook in zaken waarin de aansprakelijkheid wel is erkend betalen zij de advocatenkosten vaak helemaal niet of niet helemaal.

Verzekeraars gebruiken een groot aantal argumenten om in veel gevallen de advocaten- en andere kosten niet of niet volledig te betalen, ook als de aansprakelijkheid inmiddels door hen is erkend. Wij noemen er enkele, maar er zijn er nog veel meer:

  • er is wel aansprakelijkheid erkend voor de gebeurtenis maar niet voor de schade
  • er is geen schade
  • het slachtoffer kan de schade niet bewijzen
  • het slachtoffer zou deze schade ook hebben gehad zonder het bewuste ongeval
  • het slachtoffer lijdt aan een ziekte waardoor hij dit gebrek ook zonder ongeval zou hebben gehad
  • voor het ongeval had het slachtoffer vergelijkbaar letsel
  • na het ongeval is het slachtoffer nog een ongeval of ziekte overkomen
  • de schade is niet zo hoog als het slachtoffer zegt
  • de schade moet worden vergoed uit een ongevallenverzekering
  • de verzekeraar is het oneens met de dokters die het slachtoffer hebben behandeld of onderzocht

Ook als de aansprakelijkheid in een zaak is erkend moeten al deze beweringen van de verzekeraar door een advocaat worden uitgezocht. Als de feiten anders blijken te liggen dan de verzekeraar beweert moeten die feiten door de advocaat worden gedocumenteerd en aan de verzekeraar duidelijk gemaakt. Dat is tijdrovend en duur werk.

Zolang de verzekeraar er evenwel niet van overtuigd is dat zij de schade moet vergoeden zal het slachtoffer zelf de kosten van zijn advocaat moeten betalen. Vaak schrijft de verzekeraar na lang wachten alleen maar terug: ik ben nog niet overtuigd dus ga nog maar meer uitzoeken en stuur mij de stukken toe als die beschikbaar zijn. In zo'n geval blijft de 'meter' van de advocaat iedere maand doorlopen zonder dat de verzekeraar ook maar een cent betaalt. De nota van de advocaat dient nog steeds door het slachtoffer zelf betaald te worden. Vaak lukt het niet om de verzekeraar te overtuigen, ook in zaken die juridisch betrekkelijk eenvoudig liggen. Dan moet de schadeclaim worden voorgelegd aan de rechter. Ook dat wordt niet door de verzekeraar betaald.

Er is voor een belangenbehartiger een beproefde manier om in een erkende zaak wel altijd zijn nota's vergoed te krijgen. De belangenbehartiger moet er dan vanaf zien om alle schadeposten waar de verzekeraar nog niet van overtuigd is uit te zoeken en te documenteren. Bij iedere twijfel of weerstand van de zijde van de verzekeraar laat zo'n belangenbehartiger dan de claim van zijn cliënt direct vallen. Veel slachtoffers hebben bij hun belangenbehartiger daardoor het gevoel dat die meer voor de verzekeraar lijkt op te treden dan voor het slachtoffer. En dat gevoel is begrijpelijk. Zolang de belangenbehartiger geen weerstand levert betaalt de verzekeraar zijn nota.

Maar daarvoor is een belangenbehartiger niet door het slachtoffer ingehuurd! Een slachtoffer wil niet een weerstandsloze advocaat, hij wil er een die alle schadeposten tot op de bodem uitzoekt en van stukken voorziet. En als de verzekeraar dan nog niet overtuigd is dan hoort de belangen-behartiger naar de rechter te gaan.

De ervaring leert dat in veel zaken de rechter een schadevergoeding aan het slachtoffer toekent die enkele malen zo groot is als wat de verzekeraar zonder de rechter aan het slachtoffer wilde betalen.

Een belangenbehartiger die naar waarheid vertelt dat hij in een erkende zaak altijd volledig door de verzekeraar wordt betaald zou zich diep moeten schamen. Aan zo'n belangenbehartiger heb je als slachtoffer helemaal niets.

Een slachtoffer dat zijn reële schade vergoed wil zien doet er goed aan om een procesfinancier te zoeken die bereid en in staat is om een goede advocaat lang aan het werk te zetten om alle schadeposten uit te zoeken en te documenteren. Pas dan krijgt het slachtoffer de schadevergoeding waar hij recht op heeft.

Veel slachtoffer van erkende zaken hebben ervaren dat de verzekeraar stopte met het betalen van de belangenbehartiger toen de belangen-behartiger het niet eens was met de verzekeraar. Veel van die slachtoffers hebben zich daarna alsnog aangemeld voor procesfinanciering. Zij kregen toen een advocaat die niet hoefde te vrezen dat hij niet betaald zou worden, want zolang de verzekeraar niet betaalt staat de procesfinancierings-maatschappij in voor betaling van zijn rekening. Dit leidt in vrijwel alle gevallen tot een aanmerkelijk hogere uitkering voor het slachtoffer.

 

Verder in de media

Sinds LetselCash haar deuren begin februari 2006 heeft geopend, is er door de Nederlandse media veel over LetselCash geschreven. Over het algemeen waren de reacties zeer positief. Evenals het publiek, begrijpen de media goed dat LetselCash op adequate wijze voorziet in een grote behoefte van letselschadeslachtoffers om onafhankelijke rechtshulp voor hen betaalbaar en toegankelijk te maken. Bovendien wordt het aanbod om direct € 1.250 te betalen breed gewaardeerd.

  • Zembla 11 november 2007: Tekst van de reactie van LetselCash naar aanleiding van onjuiste beweringen in het programma Zembla [volledige tekst].
  • Tweede Kamer der Staten-Generaal 25 april 2006: Antwoorden van toenmalige Minister van Justitie (Donner) op Tweede Kamer vragen inzake LetselCash [volledige tekst]
  • Advocatenblad 12 april 2006: Onbekende advocaten declareren uren bij LetselCash [volledige tekst]
  • Trouw 21 maart 2006: Bedrijf geeft 1250 euro voorschot bij letselschade [volledige tekst]
  • Bizz maart 2006: Drie vragen aan Geert Jan Meijer [volledige tekst]
  • Volkskrant 15 februari 2006: Ongeluk? Bel LetselCash! [volledige tekst]
  • Dagblad van het Noorden 14 februari 2006: Drents no cure no pay plan kan bij Donner door de beugel [volledige tekst]
  • Telegraaf 12 februari 2006: Gratis hulp bij verloren rechtszaak [volledige tekst]
Meeste advocaten positief over LetselCash

Door veel advocaten is positief op de komst van LetselCash gereageerd. Enkelen van hen hebben een zaak die door hen reeds werd behandeld bij LetselCash ondergebracht. Het slachtoffer sloot een overeenkomst met LetselCash en de advocaat wordt in die zaak nu verder door LetselCash betaald.

Sommige advocaten geschrokken door komst LetselCash

Door sommige advocaten is op de oprichting van LetselCash nogal geschrokken gereageerd. Veel advocaten zouden zelf graag zaken op no cure no pay behandelen, maar dit wordt door minister Donner en door de Orde van Advocaten terecht niet toegestaan. Advocaten zijn immers goed in juridisch adviseren en procederen. Het financieren van juridische procedures is een heel andere maatschappelijk branche dan de advocatuur. Een advocaat die met zijn eigen geld een procedure heeft gefinancierd, heeft niet meer alleen de belangen van zijn cliënt op het oog, maar ook zijn eigen belang. Dat is niet juist. Een aantal advocaten heeft inmiddels zelfs aan minister Donner gevraagd om no cure no pay ook aan niet-advocaten te verbieden, zoals het niet-advocaten al verboden is om te procederen. Gaan deze advocaten binnenkort ook aan de minister van financiën verzoeken om het uitlenen van geld door banken te verbieden, enkel en alleen omdat advocaten dat niet mogen? Dat lijkt geen juiste weg te zijn.

Enkele advocaat onsportief

Een enkele advocaat heeft onsportief op de oprichting van LetselCash gereageerd. Onder meer advocaat mr. Martin de Witte (van Sap advocaten te Amersfoort) heeft zich in de media en daarbuiten nogal heftig over LetselCash uitgelaten. Hij heeft daarbij allerlei onwaarheden over LetselCash verteld en zich neerbuigend over LetselCash uitgelaten.

De Witte biedt echter op zijn eigen website zelf no cure no pay aan, terwijl dat nu net door de Orde van Advocaten aan advocaten is verboden. De Witte maakt gebruik van een aantal onduidelijke BV's, waarbij hij zich niet aan allerlei regels houdt. Onder meer is onduidelijk of De Witte het geld van zijn cliënten in deze BV's wel goed beschermt. Eén van de bedrijven die De Witte voor no cure no pay gebruikt, is in het verleden al eens failliet geweest.

Voor LetselCash was het overtreden van allerlei regels door De Witte aanleiding om een klacht tegen hem in te dienen bij de tuchtrechter voor advocaten. Aan de Deken van de Orde van Advocaten heeft LetselCash verzocht om uit te zoeken of vermoedens juist zijn dat De Witte zijn praktijk heeft gefinancierd met geld dat voor zijn cliënten is bedoeld. Klik hier voor de volledige tuchtklacht tegen mr. Martin de Witte.